Kerkgebouw

Voorgeschiedenis
Stavenisse wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van 1206. In de 14de eeuw is sprake van een Oudeland, Middelland en een Nieuweland. Dit Stavenisse is na eerdere overstromingen in 1509 definitief door de zee verzwolgen.
Na de grote stormvloeden in de 16de eeuw waren de schorren westelijk van Sint-Maartensdijk aan het eind van die eeuw rijp voor bedijking. In 1599 is de polder Stavenisse c.a. bedijkt waarbij rekening is gehouden met de aanleg van een dorp bij de uitwateringssluis. Zoals gebruikelijk werd grond gereserveerd voor de kerk en het kerkhof die aan de oostzijde van de huidige Julianastraat waren gepland.
Een aantal van de eerste bewoners kwam van Schouwen-Duiveland. Ook mensen uit Zuid-Beveland, Overflakkee, Hoekse Waard, Dordrecht, Woensdrecht en het eiland Tholen vestigden zich op het nieuwe land.
Hoewel al vroeg rekening was gehouden met de stichting van een kerk, zal dit nog jaren duren.

Eerste predikant en de bouw van de kerk
Toen in 1609 in de strijd tegen Spanje het Twaalfjarig Bestand van kracht werd, verzocht het dorpsbestuur de Staten van Oude kerk gescand 1Zeeland een plaats voor een predikant open te stellen. Dat zal toen zijn afgewezen. Eerst op 20 maart 1616 kon de in Vlissingen geboren David Arondeaulx, kandidaat te Leiden, worden beroepen die op 1 mei als predikant te Stavenisse werd bevestigd.
Mogelijk vonden de eerste godsdienstoefeningen plaats in het Herenhuis op de dijk.

Er was toen al een begin gemaakt met het inzamelen van geld voor de bouw van een kerk. De Gemeene Magistraat, een instelling die belast was met de militaire veiligheid op het eiland Tholen, stelde van 1613 af jaarlijks 100 gulden beschikbaar. Ook de kerken in Amsterdam en Dordrecht gaven bedragen. In 1616 zal men met de bouw zijn begonnen, die eind 1617 werd voltooid.
Het is één van de eerste kerken in Zeeland die na de Reformatie (1578) is gebouwd. Wat de reden is geweest in afwijking van het plan de kerk aan het eind van de Voorstraat te bouwen, is niet bekend. Mogelijk wilde men, net als in Colijnsplaat, de kerk in de belangrijkste straat van het dorp en niet aan een achterweg.
De bouw van de kerk en het bestraten van de Voorstraat brachten het dorp in financiële problemen. Na een verzoek boden de Staten van Zeeland in 1633 hulp bij het herstel van het kerkdak. Ook het loden zoldertje boven het uurwerk werd gerepareerd. Om problemen in de toekomst te vermijden zijn toen rechten vastgesteld voor het begraven van personen in de kerk en op het bij de kerk gelegen kerkhof.

Hieronymus van Tuyll van Serooskerke
In verband met zijn huwelijk met de rijke erfdochter Margaretha Huyssen liet de ambachtsheer van Stavenisse, Hieronymus van Tuyll van Serooskerke, in 1653 buiten het dorp een door water omgeven slot bouwen waar het echtpaar ook regelmatig verbleef. Hij overleed in 1669 in Veere, waar hij baljuw was, en werd in Stavenisse begraven. Zijn praalgraf is gemaakt door de vermaarde beeldhouwer Rombout Verhulst, die vooral bekend is door zijn vele witmarmeren grafmonumenten en praalgraven. Van zijn hand is onder meer het grafmonument van Michiel de Ruyter in de Nieuwe kerk te Amsterdam. Op de tombe van Van Tuyll van Serooskerke ligt levensgroot een in marmer gehouwen figuur in volle wapenuitrusting. Twee engelen dragen zijn helm en handschoenen. Het praalgraf bevat verder nog een gevleugelde zandloper, een gedenksteen en de tweeëndertig kwartierwapens van de overledene. Op het kapiteel prijkt het alliantiewapen van Van Tuyll en Huyssen dat wordt gesteund door twee wildemannen met een knots in hun hand.
Grafmonument 1
De kerk is vermoedelijk in verband met de plaatsing van de graftombe aan de oostkant uitgebreid met een kleine kapel waaraan enige timmerlieden uit het land van Altena en Hemert in 1670 hebben gewerkt. Het jaar daarop is sprake van de nieuw gebouwde toren. Op de steen boven de ingang van de toren was vroeger het jaar 1672 zichtbaar. Op deze steen was ook het alliantiewapen van Margaretha Huyssen en haar tweede echtgenoot, de graaf van Dohna, uitgehouwen. In het begin van de 20ste eeuw waren de schilddragers nog zichtbaar. Rechts stond een wildeman en links een engel in een lang gewaad.
Het grafmonument is in 1878 en 1879 gerestaureerd door beeldhouwer G.J. den Hollander. Het ijzeren hek voor de tombe is in verband met de bouw van de nieuwe kerk verwijderd. Onder de kapel en de preekstoel ligt de grafkelder, waarvan de ingang zich juist voor de preekstoel bevindt. Architect Jesse meldde bij de bouw van de nieuwe kerk in 1910 dat er meerdere loden kisten in de kelder stonden. Wie hier behalve Hieronymus nog meer zijn begraven, is niet bekend. Volgens de Zelandia illustrata was de kerk ook nog een gebrandschilderd raam rijk, dat echter in het midden van de 18de eeuw al grotendeels was 'gebroken'. Het is nadien geheel verloren gegaan.







De huidige kerk
In 1909 schreef predikant J.H.C. Kamsteeg de kerkvoogden over de onhoudbare toestand van het catechisatieonderwijs in de consistoriekamer waar 50 kinderen tegelijk les kregen. Ook de kerk zelf was te klein. Deze bood plaats aan circa 300 personen en kon niet worden uitgebreid.
De bouw van een nieuwe kerk is toen in een stroomversnelling gekomen. In juni 1910 kon de predikant melden dat de ambachtsheren van Stavenisse, de familie Van der Lek de Clercq, de kosten voor hun rekening zouden nemen en dat de plannen ook waren besproken met de door de ambachtsheren aangewezen architect H.J. Jesse te Oegstgeest. De Gereformeerde Kerk te Katwijk heeft model gestaan voor de kerk in Stavenisse.

Op 4 augustus werden de afbraak van de oude kerk, de sloop van drie kleine door Maria Jacoba Serier aan de kerk geschonken woningen en de bouw van de nieuwe kerk aanbesteed. Het werk werd gegund aan de gebroeders Bax te Zierikzee.
Op 25 oktober werd de eerste steen gelegd door Th.C.J.J. van der Lek de Clercq. In de zomer van 1911 werd de bouw van de kerk voltooid, die tussen de oude kerktoren en de kapel met het grafmonument van Van Tuyll van Serooskerke is opgetrokken.
De uit baksteen opgetrokken kerk is met leien gedekt.
Exterieur zijaanzicht 2
Interieur kerk Kansel

De fraaie houten kap van Amerikaans grenenhout is van binnen geheel zichtbaar. In de kerk zijn nieuwe eikenhouten banken aangebracht. Van het oude kerkgebouw heeft men alleen de 17de eeuwse preekstoel met dooptuin, enige bochten (overdekte banken), één van de drie lichtkronen en het orgel in de nieuwe kerk geplaatst.

Het was het eerste orgel in de kerk en dateert van 1900. Het is gebouwd door de firma Nöhren te Roermond. Het is in de nieuwe kerk geplaatst op een oksaal in de ruimte tegen de toren tegenover de preekstoel. Nadien is het orgel nog hersteld en uitgebreid in 1917 en 1938 door de fa. Spiering te Dordrecht. Het orgel uit de zogenaamde vervalperiode in de orgelbouw heeft door de akoestiek van de ruimte een goede klank. Het is een zogenaamd rein-pneumatisch instrument dat, verdeeld over twee manualen en pedaal, 17 stemmen telt. (zie ook het artikel 'Orgel' op deze website)

Wapenschild 1De bank met de luifel aan de noodwestzijde is de bocht van de ambachtsheren.
Het wapen boven deze bank is een fantasiewapen waarvan de symbolen wel verband houden met de beroepen die de ambachtsheren hebben uitgeoefend.

Watersnoodramp interieur 2






Watersnoodramp
Tijdens de Watersnoodramp van 1953 heeft het water in het gebouw 3.20 m hoog gestaan en zijn de kerkbanken en bochten tot grote hoogte opgestuwd. De schade was groot. Ook aan het archief. De aantasting van de muren door het zout is tot 4 m hoog bestreden met een bepaald procédé. De scheidslijn hiervan is nog zichtbaar.


Het 17de eeuwse torenuurwerk, een vroeg slingeruurwerk, staat achterin de kerk.

De kerk, die voor de Watersnoodramp alleen vanuit het zuiden goed zichtbaar was, vult nu fraai de oostwand van het in 1954 aangelegde Van der Lek de Clercqplein.

Exterieur voorzijde

Zuurdeeg J.P.B., 2008